de genetica van heupdysplasie ontrafeld


 

 

FAQ

Hieronder vindt u enkele vaakgestelde vragen. Indien u een andere vraag heeft, aarzel niet om ons te contacteren.

Wat is er zo speciaal aan PennHIP en waarom is dit zo’n goede techniek?

PennHIP bestaat uit 3 opnames: een standaard opname, een compressie-opname en een distractie-opname. De standaard opname wordt gebruikt om de aanwezigheid van artrose te beoordelen. De compressie-opname wordt gebruikt om de congruentie te beoordelen. De distractie-opname maakt het mogelijk om de laxiteit te beoordelen. Het objectief kunnen meten van laxiteit is zeer belangrijk omdat een hoge laxiteit een duidelijke risicofactor is voor het ontwikkelen van artrose in het heupgewricht.

Het is dat meten van laxiteit dat PennHIP zo belangrijk maakt. Elke heupkop heeft in mindere of meerdere mate een zekere bewegingsvrijheid in de heupkom. Deze techniek kan deze bewegingsvrijheid (=laxiteit) zichtbaar maken en maakt het mogelijk om objectieve metingen te doen. Eén van de zaken die gemeten wordt, is de distractie-index. Deze loopt in principe van 0 tot 1. Bij een waarde van 0 zijn de heupen extreem tight (= heel weinig laks), bij een waarde van 1 zijn ze heel laks. Over alle rassen heen wordt de bovengrens op 0,3 gelegd. Onder deze waarde is het risico op de ontwikkeling van heupdyslasie zéér laag. In bepaalde rassen zijn er ook rasspecifieke grenzen gelegd: sommige rassen verdragen laxiteit iets beter dan andere.

Bij de standaardopnames wordt deze laxiteit niet goed zichtbaar gemaakt door het opdraaien van het gewrichtskapsel. Dit is logisch aangezien de hond tijdens deze opname in een onnatuurlijke positie ligt: het heupgewricht wordt volledig gestrekt. Tijdens de distractie- en compressie-opnames worden de achterpoten in een neutrale (= alsof de hond staat) positie gehouden. In deze positie is de laxiteit wel bijzonder goed zichtbaar.

Door middel van PennHIP blijkt soms dat honden die het niet zo goed doen op FCI-classificatie toch extreem tight zijn qua laxiteit en dus eigenlijk een laag risico hebben op heupdyspasie. Andersom blijken sommige honden met een (vrij) goede uitslag toch een verhoogd risico hebben op de ontwikkeling van heupdysplasie.

Samengevat zijn de voordelen van PennHIP dat:

  • Het maakt de laxiteit goed zichtbaar
  • Is reeds vanaf een leeftijd van 16 weken (!) bruikbaar
  • Op de officiële resultaten staat ook waar uw hond zich bevindt ten opzichte van de rest van het ras. Op die manier kan je bv. zien dat je hond bij de 10 procent beste van het ras zit. Dit is zeer nuttig voor de fok.

Kortom: het geeft nuttige bijkomende informatie over de toestand van de heupen en dat op zeer jonge leeftijd.

Om PennHIP te mogen uitvoeren dient de dierenarts gecertificeerd te zijn. Indien u geïnteresseerd bent in het maken van PennHIP, kan u hier zien welke dierenartsen deze techniek mogen uitvoeren. Op de Faculteit Diergeneeskunde van de UGent zijn meerdere dierenartsen gecertificeerd om deze techniek te mogen uitvoeren.

Mijn dierenarts staat niet in de lijst, maar ik zou graag deelnemen. Is dit mogelijk?

Dat is zeker en vast mogelijk. Het makkelijkste is dat u ons contacteert een tweetal weken voor een bezoek bij uw eigen dierenarts (bv. omwille van vaccinatie). Belangrijk is dat u dan de contactgegevens (met telefoonnummer) van uw dierenarts doorgeeft. Vervolgens zal uw dierenarts gecontacteerd worden. Meer informatie over wat nodig is om deel te nemen en het formulier kan u hier vinden.

Eventueel kan u ook bezocht worden door één van de dierenartsen van onze onderzoeksgroep. Deze zal dan de formulieren invullen en het bloedstaal nemen. Om praktische redenen is het belangrijk dat er dan minimum 5 honden bijeengebracht worden en dat de radiografieën beschikbaar zijn in digitale vorm of indien analoog, dat we deze mogen meenemen. Voor een afspraak, neemt u best contact met ons op.

Word ik op de hoogte gehouden van het onderzoek?

Regelmatig zal u in onze nieuwssectie een update vinden over het onderzoek. Daarnaast kan u ook op onze twitter-pagina (Akela@FrankCoopman) meer informatie krijgen. Indien u deelneemt aan de studie, kan u ook opgenomen worden in de mailinglist, indien u dit wenst. U kan dan best contact opnemen. Aan het einde van de studie of bij een belangrijke doorbraak zal u dan een nieuwsbrief toegestuurd worden per mail.

Kan ik de individuele uitslag van mijn hond krijgen?

Dit is niet mogelijk omwille van meerdere redenen. De belangrijkste reden is de absolute garantie op anonimiteit: de radiografieën worden geanonimiseerd en de onderzoekers hebben geen toegang tot de gegevens van de individuele hond.

Zijn er nog kosten verbonden aan het onderzoek?

Indien u bij de dierenartsen gaat die deelnemen aan het onderzoek, zijn de extra zaken (de bloedname, het formulier) die gedaan worden voor het onderzoek, volledig kostenloos. De radiografieën die genomen worden, dienen betaald te worden. Indien u bij een dierenarts gaat die niet deelneemt aan het onderzoek, kan u best de volgende procedure volgen. Indien u het bloedstaaltje laat nemen op het ogenblik dat u omwille van een andere reden bij de dierenarts moet zijn (bv. vaccinatie) kan dit waarschijnlijk kosteloos.

Bestaan er ook al testen voor andere ziektes?

Een lijst van aandoeningen waarvoor een genetische test bestaat, kan u terugvinden op de website van het Van Haeringen Laboratorium. Ons onderzoek focust zich op dit moment op heupdysplasie. Daarnaast zal in de nabije toekomst ook naar elleboogdysplasie en schouderOCD onderzoek verricht worden. Het onderzoek uitbreiden naar alle erfelijke aandoeningen is onmogelijk aangezien dat onmogelijk te verwerken is.

Mijn hond heeft heupdysplasie volgens de officiële beoordeling, maar hij lijkt daar geen last van te hebben. Kan dat?

De diagnostiek van heupdysplasie is niet gemakkelijk. Ook de link met klinische symptomen is niet altijd duidelijk. Hoe slechter de heupscore, hoe groter het risico op klinische symptomen.

Ook hier kan PennHIP helpen om het risico in te schatten dat een hond radiografische heupdysplasie ontwikkeld. PennHIP meet de laxiteit in het heupgewricht. Een hoge laxiteit is een belangrijke risicofactor voor heupdysplasie, een lage laxiteit gaat gepaard met een laag risico. Meer uitleg over PennHIP vindt u hier.

Het DNA van mijn hond is reeds bepaald voor ouderschapscontrole. Is dit reeds voldoende om mijn hond te laten deelnemen of dient er een nieuw bloedstaaltje genomen te worden?

Bij de ouderschapscontrole wordt er naar specifieke stukjes DNA (markers) gekeken die duidelijk moeten maken van welke ouderdieren een hond al dan niet afkomstig is. Om het onderzoek te kunnen uitvoeren, is het echter nodig om over de volledige genetische code (= het genoom) van het dier te kunnen beschikken. Dit kan enkel indien het bloedstaal ter beschikking staat van ons onderzoek.

Het probleem valt te vergelijken met het uitvoeren van twee genetische testen voor twee totaal andere ziekten. Als je de test voor die ene ziekte uitvoert, zal die niets zeggen over de uitslag van de test voor de tweede ziekte. Hetzelfde geldt voor de ouderschapscontrole en heupdysplasie.

Mijn hond heeft omwille van een trauma artrose op de heupen en is daardoor dysplastisch bevonden op radiografie. Kan een genetische test hier helpen?

Dit soort problemen is inderdaad eigen aan de fenotypische (radiografische) beoordeling. Je ziet enkel hoe de heupen er uit zien, maar wat daar genetisch achter zit, dat weet je niet. Traumatische oorzaken van heupdysplasie kunnen daardoor dus ook niet onderscheiden worden van de “echte” heupdysplasie. Indien er een heel sterk verschil is tussen de ene en de andere heup, kan dit probleem van traumatische heupdysplasie vermoed worden, maar het is en blijft onzeker tot er effectief een genetische test is. Algemeen kan er een bijkomende radiografische test gedaan worden om te kijken of een hond een verhoogd risico loopt, nl. PennHIP.

Is verdoving nodig voor de radiografische beoordeling van heupen?

Om een correcte uitslag te verkrijgen, is het belangrijk dat de hond een kalmeermiddel krijgt of zelfs nog beter, onder volledige anesthesie wordt gebracht. Dit omdat de spierspanning hierdoor wordt verlaagd en er op die manier een juister beeld wordt verkregen op radiografie, een beeld dat beter overeenstemt met de werkelijke toestand van de heup. Daarnaast maakt het het positioneren van de hond ook minder stresserend, kan de procedure daardoor sneller verlopen en zijn er minder radiografieën nodig om een goede opname te krijgen.

Is er een risico verbonden aan het maken van röntgenopnames van heupen?

Elke procedure brengt een risico met zich mee. In het kader van het maken van officiële röntgenopnames, is het risico echter zeer laag: de patiënt wordt klinisch onderzocht voor toediening van het kalmeermiddeltje en dient nuchter te zijn. Daarnaast wordt hij tijdens de procedure ook continu in de gaten gehouden. Het toegediende product is bovendien antidoteerbaar: indien het nodig moest zijn, kan de hond dus zeer snel wakker gemaakt worden. Aan het einde van de procedure wordt het antidote sowieso toegediend zodat de hond wakker mee naar huis kan.

Ook het risico van het werken met radioactieve straling is zeer laag. Er worden slechts een beperkt aantal opnames gemaakt. Bovendien worden de dierenartsen ook gecontroleerd op hun blootstelling aan straling. Daarnaast zijn er door de verdoving nog minder röntgenopnames nodig waardoor de uiteindelijke blootstelling zeer laag blijft. Een randopmerking hierbij is dat we in onze dagelijkse omgeving sowieso blootgesteld worden aan radioactiviteit uit verschillende bronnen, zonder dat hier nadelige gevolgen aan verbonden zijn.

Het bloedstaaltje dat genomen wordt, is vergelijkbaar met het nemen van een bloedstaaltje bij de mens. Op de Faculteit Diergeneeskunde wordt het staaltje ook genomen op het moment dat de hond reeds het kalmeermiddeltje heeft gehad. Uw hond merkt hier dan ook bijna niets van.

Samengevat zijn de risico’s dus zeer laag en wordt er daarnaast alles aan gedaan om deze zo ver mogelijk te beperken.

Moeten de honden heupdysplasie hebben om te mogen deelnemen of zijn gezonde heupen ook goed?

Om dit onderzoek te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat we honden hebben met zowel goede als slechte heupen. Elke hond waarvan heupfoto’s zijn genomen, mag dus deelnemen. Van bijzondere waarde zijn die honden waarbij zowel de standaardopnames en PennHIP gemaakt zijn. Op die manier wordt ook de laxiteit van het heupgewricht gecontroleerd. Een hoge laxiteit is een belangrijke risicofactor voor heupdysplasie, een lage laxiteit gaat gepaard met een laag risico.

.