de genetica van heupdysplasie ontrafeld


 

 

Hoe wordt het gediagnosticeerd?
Klinisch kan heupdysplasie zich uiten op meerdere manieren:

  • Op jonge leeftijd:
    • Acuut manken
    • Moeilijk van zit of lig in stand raken
    • Minder spelen met andere pups/volwassen honden
    • Een abnormale waggelende gang
    • Soms vertoont de hond ook “bunny hopping”: de hond gaat, indien hij sneller moet stappen, niet normaal beginnen draven maar de achterpoten gezamenlijk naar voor bewegen zoals een konijnensprong.
  • Op oudere leeftijd vertonen de honden eerder de chronische symptomen die gepaard gaan met artrose. Een klacht kan zijn dat de hond “oud begint te worden”. Andere symptomen zijn bijvoorbeeld:
    • stijf zijn of erger manken na langere rustperiodes
    • erger manken na een inspanning
    • spieratrofie (het “dunner” worden van de spieren op de achterhand)
    • bunny hopping

Deze symptomen zijn niet typisch voor heupdysplasie. Er dient dus steeds een goed onderzoek bij de dierenarts te gebeuren om andere oorzaken van manken uit te sluiten.
In het volgende filmpje kan u een hond zien die mankt ten gevolge van heupdysplasie. Deze wijze van manken is slechts één van de vele mogelijkheden waarop heupdysplasie zich klinisch kan uiten.

 


 

Bij de dierenarts kunnen er op klinisch onderzoek een aantal zaken worden beoordeeld:

  • Mankt de hond tijdens het stappen en/of tijdens het draven?
  • De bewegingsmogelijkheid van het gewricht: is het mogelijk om het gewricht volledig te strekken en te buigen? Doet dit pijn?
  • Laxiteitstesten: een eerste indruk van de laxiteit in het heupgewricht kan reeds verkregen worden op klinisch onderzoek. Deze testen worden de testen volgens Ortolani, Barden en Barlow genoemd.

Meestal worden röntgenopnames gebruikt om heupdysplasie te bevestigen/uit te sluiten. Een aantal technieken:

  • de ventrodorsale opname met de heupen gestrekt: deze opname wordt internationaal gebruikt door de Fédération Cynologique Internationale (FCI), Orthopedic Foundation for Animals (OFA) en British Veterinary Association/Kennel Club (BVA/KC) om honden voor de fok te beoordelen. Voor deze opnames dient een kalmeermiddeltje toegediend te worden. Dit is nodig omdat het de juistheid van de uitslag duidelijk beïnvloedt2,5. De hond ligt hierbij op zijn rug, de heupen worden volledig gestrekt. Op deze opnames wordt er onder andere gekeken naar de Norberghoek, congruentie van het gewricht en de aanwezigheid van artrose (figuur 1 - 3). Dit is een zeer specifieke methode om HD te diagnosticeren.

heup

Figuur 1: de standaard ventrodorsale opname van de heupen

 

heupen2

Figuur 2: Vergelijking van een aantal ventrodorsale opnames met gestrekte heupen. A) De heupen zijn hier beiderzijds permanent uit de kom. B) De congruentie van het gewricht (1) kan beoordeeld worden aan de hand van de afstand waarover het acetabulum en het caput femo femoris evenwijdig lopen. De Norberghoek is de hoek die gevormd wordt door de craniolaterale rand van de heupkom te verbinden met een lijn die beide centra van de heupkoppen verbindt (2). C) Heupen met erge artrose: botverdichting (1) en nieuwbeenvorming (2).

hond

hond2

Figuur 3: de standaard positie voor de standaard ventrodorsale opname van de hond (boven- en zijaanzicht)

  • PennHIP: dit is een relatief recente techniek die in Amerika ontdekt is. Om deze opnames te mogen doen, dient een dierenarts PennHIP-gecertificeerd te zijn. Slechts een beperkt aantal dierenartsen in België zijn gecertificeerd. Welke dierenartsen gecertificeerd zijn, kan u hier vinden. Meerdere leden van onze onderzoeksgroep zijn gecertificeerd. Voor PennHIP worden er drie röntgenopnames gebruikt: de (hierboven vermeldde) VD, een distractieopname (Figuur 4) en een compressieopname. Bij de distractieopname wordt een distractor tussen de achterpoten van de hond geplaatst. Deze wordt dan gebruikt om de bewegingsvrijheid van de heupkoppen (= de laxiteit) zichtbaar te maken op radiografie. Bij de compressieopname worden de heupkoppen  in de kom geduwd om na te gaan hoe congruent het gewricht is. Dit is een zeer sensitieve methode om HD te diagnosticeren. Meer informatie over PennHIP vindt u hier.

hond

Figuur 4: de distractie-opname. Dit is één van de drie opnames die worden gemaakt bij PennHIP. Links zien we de voorbereidende positie, rechts op het ogenblik van distractie.

  • Andere technieken die voornamelijk in wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden, zijn CT, MRI en echo.

Meer informatie over PennHIP en de standaardprocedure vindt u hier. Indien u andere vragen heeft, kan u ons altijd contacteren.

 

 

.