de genetica van heupdysplasie ontrafeld


 

 

Heupdysplasie in cijfers

Reeds gedurende een aantal decennia wordt de VD gebruikt om fokdieren te testen op heupdysplasie. Het doel is het voorkomen van deze aandoening (= de prevalentie) terug te dringen. Hierbij dienen er twee vragen gesteld te worden:

  • Hoe vaak komt heupdysplasie voor?
  • Is er een verbetering ten opzichte van vroeger?

Hoe vaak heupdysplasie exact voorkomt, is moeilijk in te schatten. Officiële cijfers zijn online consulteerbaar op de website van het OFA. In België zijn cijfers tot 2006 beschikbaar in een studie van Coopman et al. (zie wetenschappelijke artikels). Bij deze studies dient opgemerkt te worden dat de cijfers gebaseerd zijn op data die verzameld worden door de officiële commissies wereldwijd. Deze cijfers zijn echter een onderschatting van het werkelijke voorkomen van heupdysplasie. Dit is het gevolg van selectiebias bij de dierenarts die de röntgenopnames neemt.
Verklaring selectiebias: indien de heupen van de hond niet goed lijken op beoordeling, wordt de röntgenopname vaak niet doorgestuurd voor officiële beoordeling aangezien de uitslag toch geen graad zal geven waarmee verder gefokt mag worden. Er is dus een tendens om enkel de opnames van goede heupen door te sturen naar de commissie. Aangezien de slechte opnames slechts zelden de commissie bereiken, zijn deze ondervertegenwoordigd in het cijfermateriaal. Heupdysplasie komt dus hoogstwaarschijnlijk meer voor dan gedacht. Twee studies hebben een poging gedaan om in te schatten hoe groot deze onderschatting is1,6. Hieruit kwamen de volgende resultaten:

  • In België kwam heupdysplasie 12 tot 20 procent meer voor
  • In de Verenigde Staten kan deze onderschatting zelfs tot 40 procent bereiken

Uit deze cijfers wordt het duidelijk dat het moeilijk is om exact te zeggen hoe vaak heupdysplasie voorkomt.
Hoe vaak heupdysplasie voorkomt, is op zich niet zo belangrijk. Belangrijker is te weten of de screening en selectie tegen deze aandoening resultaten heeft opgeleverd. De conclusie van de studies is niet eenduidig. In het ene ras wordt een daling van het aantal honden met heupdysplasie gemeld, in het andere een stijging1,3,4. Het effect van de huidige screeningsmethode is dus beperkt.
Additionele informatie over de screening tegen heupdysplasie in België kan gevonden worden op de volgende website.

.