de genetica van heupdysplasie ontrafeld


 

 

Mijn hond heeft heupdysplasie: wat nu?
Bij de behandeling van heupdysplasie zijn er meerdere mogelijkheden. De eerste keuze die gemaakt dient te worden is of er conservatief (met medicatie) of chirurgisch wordt ingegrepen. Welke optie de voorkeur verdient, is afhankelijk van meerdere factoren (leeftijd van de patiënt, gewicht, grootte van de hond, mogelijkheden van de dierenarts, financiële mogelijkheden van de eigenaar, …). Hierna volgt een algemene opsomming van een aantal behandelingsmogelijkheden. Voor specifiek advies voor uw eigen hond neemt u best contact op met uw dierenarts.

  • Conservatief:  aangezien de hond meestal pijn heeft ten gevolge van heupdysplasie, is het belangrijk dat dit wordt aangepakt. Veelgebruikte medicatie om dit te doen, zijn ontstekingsremmers: zij werken niet alleen pijnstillend maar bestrijden ook de ontstekingsreactie die in het gewricht aanwezig is. Daarnaast is het ook belangrijk om de hond gecontroleerd te laten bewegen (dus zonder zich te forceren) en overgewicht te bestrijden. Een normaal gewicht en voldoende maar gedoseerde beweging zijn van primordiaal belang bij elke therapie.  Ook fysio- en hydrotherapie kunnen honden met heupdysplasie ondersteunen. Daarnaast spelen voedingssupplementen (glucosamine, chondroitinesulfaat) een belangrijke rol.
  • Op jonge leeftijd: juvenile pubic symphysiodesis. Dit is een heelkundige ingreep die wordt uitgevoerd bij jonge dieren (nl. 12 – 18 weken oud). Het is een kleine ingreep waarbij er in het bekken een groeiplaat wordt dichtgeschroeid. Hierdoor verandert de groei van het bekken met een verbeterde verhouding van het gewricht tot gevolg. Deze operatie wordt nog niet vaak toegepast.
  • Op jongvolwassen leeftijd: TPO of triple pelvic osteotomy. Deze operatie is ook bekend onder de naam “bekkenkanteling”. Deze ingreep is zwaarder dan de vorige en er zijn strikte voorwaarden om het te mogen uitvoeren. Zeer belangrijk is dat de hond nog geen artrose heeft ontwikkeld. Ook deze operatie heeft goede resultaten.
  • Op meerdere leeftijden: femurkopexcisie. Hierbij wordt de heupkop verwijderd. Door de vorming van elastisch littekenweefsel ontstaat een pseudo-gewricht. Dit wil zeggen dat er eigenlijk geen sprake meer is van een echt gewricht maar dat de stabilisatie van de heup wordt verzorgd door de spieren en bindweefsel. Deze operatie kan, in tegenstelling tot de voorgaande, uitgevoerd worden wanneer de hond reeds artrose heeft ontwikkeld. Deze operatie wordt frequent toegepast (vnl. bij kleinere rassen). Ze kan ook bij grotere rassen worden uitgevoerd maar vergt dan een langere revalidatieperiode.
  • Bij erge artrose: een laatste optie, maar ook de duurste, is een heupprothese. Zoals bij de mens kan de heup dus vervangen worden door een prothese. Ook deze operatie wordt nog niet heel vaak uitgevoerd, voornamelijk omwille van de hoge kostprijs. Een goede indicatie is erge artrose. Deze operatie geeft goede resultaten.

.